16.2 C
Veldhoven
woensdag 27 oktober 2021
spot_img
Meer

    In Memoriam: John Drohm

    Leestijd: 6 minuten

    John Drohm

    Amby, 14 juni 1964
    Maastricht, 19 juni 2012

    “Hoe begin je te vertellen over een bijzondere jongen? Nou gewoon, bij het begin, zou hij zelf zeggen. Het is alleen heel moeilijk om in een notendop te vertellen over iemand waar je een boek over zou kunnen schrijven.

    Van zijn jonge jaren weet ik heel weinig. Geboren in Amby op zondag 14 juni 1964, opgegroeid in Oud-Heusden, gepuberd in Echt. Hij weet dan nog niks van mijn bestaan. John is een dromerig, zacht kind. Leeft veel in zijn eigen wereldje. Hij heeft ook geen broertjes of zusjes. Zijn neefjes en nichtjes Helmuth, Sylvia, Marc en Monica beschouwt hij echter wel zo. Hij ziet ze vaak, bij opa en oma. Daar is hij gelukkig. Dat proef ik uit zijn verhalen over die tijd. Voor opa heeft hij een heilig ontzag. Oma is een echte oma. Hij houdt heel veel van hen. Hun bidprentjes en die van opa en oma Drohm en van zijn mama bewaart hij zijn leven lang. Ze raken beduimeld en verkreukeld en worden door John telkens weer liefdevol aan elkaar geplakt als ze een beetje stuk gaan. Dat zegt genoeg.

    Na zijn twaalfde jaar begint er een lange, moeilijke periode voor John. Zijn moeder komt er alleen voor te staan. Hij moet noodgedwongen naar kostschool in Maaseik. Colditz, noemt hij het daar. Hij vindt het er vreselijk. Gelukkig kan hij de havo op een gewone school afmaken.

    Halverwege zijn pubertijd wordt zijn mam heel erg ziek. Hij vindt dat verschrikkelijk. Zijn vader is ver weg, zijn mama zo ziek. Hij voelt zich heel erg alleen, ondanks alle lieve mensen om hem heen. Hij kan met zijn zachte dromerige inborst helemaal niks met de ruwe situatie. Hij sluit zich af en vlucht in, laten we zeggen, opstandig gedrag. Als zijn lieve moeder overlijdt, raakt hij zichzelf en de weg kwijt. John wordt liefdevol opgevangen door eerst zijn jongste en daarna zijn oudste oom. Even lijkt het beter te gaan. Maar zijn hoofd draait overuren. Hij wordt gek van zichzelf. Vlucht uiteindelijk zover mogelijk bij Limburg vandaan en vertrekt naar tante Marianne in Rotterdam, die hem opvangt zo goed ze kan. Hij maakt vele jaren deel uit van haar gezin.

    Rotterdam is hectisch. Eigenlijk te druk voor John, maar hij duikt er in onder. Hij leert de zelfkant van de samenleving heel goed kennen. Ontmoet vogels van allerlei pluimage. Hij vindt ze allemaal interessant. Hij helpt wie hij helpen kan en vergeet daarbij vaak aan zichzelf te denken. Probeert van alles uit. Blijft echter nergens lang in hangen. Niet in de goeie dingen, maar ook niet in de slechte. Hij blijft altijd zichzelf. Zo heeft hij minder pijn, maar voelt zich nog altijd zielsalleen. Temeer daar hij mij inmiddels heeft leren kennen. Dat gebeurt korte tijd nadat zijn mama overleden is. Als we elkaar voor het eerst aankijken, raken we beiden volkomen van slag. Het dondert en het bliksemt van binnen bij ons. De herkenning is onherroepelijk.  We willen elkaar nooit meer loslaten. En toch laat ik hem vrijwel meteen weer alleen…ik zie de onrust in hem en voel veel te veel voor hem. Dat past niet bij wie ik ben en wil zijn. Ik heb dan nog niet geleerd om met mijn ziel te kijken. Ratio heeft de overhand en speelt de baas over mijn eigen onrust en angst.

    John trekt zich uiteindelijk terug op een heel klein bootje in Hellevoetsluis. Dat wordt zijn veiligheid. Daar kan hij zijn wie hij wil zijn. Hij vindt er een vriend, Seef, die als een broer voor hem is. Ook Seef kan echter niet de eenzaamheid in zijn hart wegnemen. John geeft de hoop op een gelukkig leven op.

    John kan nergens lang blijven. Ook niet op zijn boot. Hij is een zwerver. Hij loopt veel en is bekend met vele treinstations in ons land. Altijd sjouwt hij zijn zwarte leren tas met zich mee. Hij heeft niet veel nodig. Wat hij over heeft, geeft hij weg. Wat hij nodig heeft, vindt hij op straat of in kringloopwinkels. En wat hij niet vinden kan, voor zichzelf of voor een ander…dat maakt hij gewoon zelf. Met gevonden hout en schroeven en vooral hoekijzers bouwt hij tafels, bedden en bureaus voor iedereen die erom vraagt. Ik noem hem daarom vaak liefdevol mijn straatjuttertje. Hij beschouwt het als een eretitel.

    Mijn leven gaat ondertussen ook niet over rozen. Ik trouw, krijg 3 leuke kinderen, er volgt een scheiding. Moeizame relaties die nergens over gaan komen daarna. In april 2006 duikelt John ineens mijn hoofd in. Ik moet hem zoeken. En ik vind hem. Eén blik in zijn prachtige ogen en ik weet genoeg. Ons zieledraadje is nog heel. We zijn sinds die dag nooit meer langer dan 5 dagen bij elkaar vandaan kunnen blijven. Vandaag is het de zesde dag zonder hem.”

    “Vanaf 7 april 2006 zijn John en ik onafscheidelijk. Dat gebeurt niet zomaar. We nemen meteen in het begin een besluit. Door omstandigheden zijn er meer dan 40 jaar van ons afgepakt. We voelen heel veel voor elkaar. Wij gaan de andere helft van ons leven samen doorbrengen. Voor dat besluit is veel moed nodig. John steekt zo in elkaar dat ALS hij iets belooft, hij het zal volbrengen ook. Al moet hij zichzelf aan de kant duwen. Al gaat hij eraan kapot. Hij weet echter diep van binnen dat als het met mij niet lukt, het met niemand lukt. Ik heb precies hetzelfde gevoel over hem.

    John valt mijn leven binnen vanuit een chaotisch, zwervend bestaan als vrijgezel. Door zijn eigen besluit loopt hij tegen veel dingen aan in onze relatie. Ik ben gewend met iemand samen te leven. Ik weet dat zoiets niet gaat zonder offers te brengen. Het wringt bij hem. John is allergisch voor het woordje “moeten”. Hij heeft het er heel erg moeilijk mee, maar is aan de andere kant zo zielsgelukkig, dat hij heel hard aan zichzelf werkt om dit te kunnen laten slagen. Onbedoeld doet hij me vaak verdriet en dat is precies wat hij wil vermijden. Hij vlucht geregeld naar bekend terrein, naar zijn boot of naar Marianne. Dan is hij dagen onbereikbaar omdat hij zijn telefoon uitzet. Radeloos word ik er van. Net zo radeloos als hij, waarschijnlijk.

    Gaandeweg gaat het beter. De rust in Veldhoven doet hem goed. Mijn ouders houden al gauw heel veel van hem en hij van hun. Ze zien wat er in die jongen steekt en wachten rustig af tot het naar buiten komt. Hij komt er graag en beschouwt ze als een cadeautje. Toch nog opnieuw ouders gekregen. Mensen die al 60 jaar samen zijn. Stabiliteit. Mensen die van hem houden als van hun eigen zoon. Hij geeft zich eraan over en geniet ervan.

    John maakt kennis met mijn vrienden. Ze mogen hem allemaal erg graag. Ook zij zien hoe hij rustiger wordt, zijn weg vindt in dit zo heel andere leven. In het begin is de enige manier om van mij weg te kunnen gaan, door ruzie met me maken. Pas als ik boos word, durft hij weg te gaan. Ik leer hem dat hij het alleen maar hoeft te zéggen. Dat hij altijd weer terug mag komen. Het duurt een jaar of twee voor hij daar werkelijk in gelooft. Dan volgt een periode van aankondigen dat hij gaat. En daarna een periode waarin hij zegt: ” Zullen we weer eens naar de boot gaan?”

    Ergens in die periode noem ik hem een keer, in het bijzijn van mijn ouders, mijn “stabiele factor”. Hij schiet in een lachbui, komt bijna niet meer bij. “Ik, een stabiele factor? Hahahahah!” En toch is hij dat. John liegt nooit. John doet altijd wat hij belooft. John helpt altijd. John bewijst keer op keer dat het onmogelijke mogelijk is als je maar wilt en er genoeg liefde in stopt.

    Als hij in juli 2011 te horen krijgt dat hij een tumor in zijn rug heeft zijn we niet erg blij. Hij is bokkig en wil niks weten van het ziekenhuis. In november eist dat zijn tol en brengen mama en ik een uitgeputte John naar het ziekenhuis. Daar ontmoet hij Marten Nijziel, met wie het direct klikt. John neemt een dapper besluit: hij wil bij me blijven, dus moet hij zich aan een behandeling overgeven. Anders gaat hij dood. Marten zegt dat hij 85% kans op genezing heeft. Daar willen we graag voor gaan.

    Op mijn blog op internet staat zijn lange ziekteproces uitgebreid beschreven. Bijna iedereen die hier vandaag is kent het verhaal van John. De enige conclusie die je eruit kan trekken is dat onze John een dappere kerel is, die telkens zijn grenzen verlegt om toch vooral maar niet bij me weg te hoeven. Hij vertelt aan veel mensen, in zijn ziekenhuisperiode in Maastricht, hoeveel hij van ze houdt. Voor mij neuriet hij elke dag de melodie van het liedje “Ik hou van jou”. Of hij kijkt me aan, steekt zijn arm omhoog, balt zijn vuist en zegt:”Powerrr!” Honderden mensen volgen zijn verhaal en geven ons steun. Mama, Hub en Iris zijn er steeds voor ons.

    Hoewel mijn liefste zijn oneerlijke strijd niet mocht winnen, vind ik dat hij niet verloren heeft. Zijn leven heeft heel veel zin gehad. Hij heeft vele harten aangeraakt. Hij heeft hard aan zichzelf gewerkt en veranderde terwijl hij toch zijn eigenheid niet verloor. Hij was een ware Held.

    Ik ben nog lang niet uitverteld over mijn dappere lief. Een boek vol zou ik over hem kunnen schrijven, want wat ik nu over hem vertel doet hem bij lange na niet genoeg recht. Het is mijn voornemen om dat dan ook te doen. Hij vroeg me dat en ik heb het hem beloofd. Hij zei, “Fie, schrijf een boek. Over deze rotziekte en over ons, hoe wij er mee omgaan. Als er ook maar 1 iemand is die er iets aan heeft, dan heeft mijn leven en lijden zin gehad.”

    Ik hou zielsveel van deze bijzondere man. Ik voel hem bij me, hij is niet weg. Mijn leven heeft zin doordat ik hem mocht begeleiden. Doordat ik hem zes gelukkige jaren heb kunnen geven. John wist dat hij niet bang hoefde te zijn, dat ik bij hem zou blijven tot het laatst. Ik ben zo dankbaar dat hij zich nog heeft gerealiseerd dat ik mijn belofte aan hem heb gehouden. Ik had hem vast toen hij voor de laatste keer op reis moest gaan. Het laatste wat hij hoorde was dat ik zielsveel van hem hou. Dag lief. Je was, bent en blijft mijn alles.”

    2 REACTIES

    Abonneer
    Laat het weten als er nieuwe reacties zijn
    guest

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

    2 Reacties
    Oudste
    Nieuwste Meest gestemd
    Inline feedbacks
    Bekijk alle reacties
    Trapatoni
    Correspondent
    21 maart 2021 11:45

    mooi

    Miriam Hulshof
    Gast
    Miriam Hulshof
    9 augustus 2021 14:15

    Nog gecondoleerd. Maar wat heeft dit met ons Veldhoven te maken?

    2
    0
    Zou graag je gedachten willen weten, laat een reactie achter alsjeblieftx
    ()
    x